ECLI:NL:RVS:2003:AN9294

Raad van State

Datum uitspraak
25 november 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200306015/2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • H. Troostwijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening inzake economisch claimrecht schoolgebouw in hoger beroep

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag had het eerder ingenomen standpunt over het economisch claimrecht met betrekking tot een schoolgebouw gehandhaafd en het bezwaar van het bestuur van Stichting Confessioneel Onderwijs niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank had dit besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen.

Het college stelde vervolgens een verzoek om voorlopige voorziening in bij de Raad van State om te voorkomen dat het al gevolg moest geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat het hoger beroep was behandeld. De Voorzitter behandelde dit verzoek ter zitting waarbij beide partijen werden gehoord.

De Voorzitter oordeelde dat het belang van de stichting om een voorlopig oordeel te verkrijgen zwaarder woog dan het belang van het college om het hoger beroep af te wachten zonder een nieuwe beslissing te nemen. Daarom werd het verzoek toegewezen en bepaald dat het college geen nieuwe beslissing hoeft te nemen totdat het hoger beroep is beslist.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 25 november 2003 in het openbaar gedaan door de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het college hoeft geen nieuwe beslissing te nemen totdat het hoger beroep is beslist.

Uitspraak

200306015/2.
Datum uitspraak: 25 november 2003
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank te 's-Gravenhage van 28 juli 2003 in het geding tussen:
het bestuur van de stichting "Stichting Confessioneel Onderwijs [naam]", gevestigd te Den Haag
en
verzoeker.
1. Procesverloop
Bij brief van 18 juni 2002 heeft het hoofd Vastgoed van de Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn van de gemeente Den Haag aan het bestuur van de stichting "Stichting Confessioneel Onderwijs [naam]" (hierna: de stichting) meegedeeld geen aanleiding te zien het eerder ingenomen gemeentelijk standpunt inzake het economisch claimrecht met betrekking tot het schoolgebouw [locatie] te [plaats] te herzien.
Bij besluit van 11 september 2002 heeft verzoeker het daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 28 juli 2003, verzonden op 30 juli 2003, heeft de rechtbank te 's-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd en verzoeker opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief van 9 september 2003, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 14 oktober 2003, bij de Raad van State ingekomen op 21 oktober 2003, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 20 november 2003, waar verzoeker, vertegenwoordigd door mr. M.B.A. Alkema en mr. drs. A.C.B. van Dam, beiden ambtenaar van de gemeente, is verschenen. Voorts is de stichting, vertegenwoordigd door mr. W.A.H.A. Veeren, gemachtigde, en [gemachtigde], beleidsmedewerkster, daar gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Verzoeker heeft de Voorzitter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat het hem wordt toegestaan om de uitspraak van de Afdeling op het door hem ingestelde hoger beroep af te wachten en hij niet reeds thans gevolg hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank.
2.2. Tegenover het belang van verzoeker, zoals dat in het verzoek en ter zitting is toegelicht, staat het belang van de stichting om reeds – al was het maar voorlopig – een oordeel omtrent de zaak te verkrijgen. Nu geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld of gebleken, weegt het reeds om die reden als onvoldoende spoedeisend niet op tegen het hiervoor bedoelde belang van verzoeker.
2.3. Het verzoek dient op na te melden wijze te worden toegewezen.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoeker geen nieuwe beslissing op het bezwaarschrift van het bestuur van de Stichting Confessioneel Onderwijs [naam] hoeft te nemen, totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. L. Groenendijk, ambtenaar van Staat.
w.g. Troostwijk w.g. Groenendijk
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 25 november 2003
164.