ECLI:NL:RVS:2003:AN9243
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- Ch.W. Mouton
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vergunning milieustraat Goirle niet geweigerd ondanks bezwaren omgevingsfactoren
Bij besluit van 9 december 2002 verleende de provincie Noord-Brabant een milieuvergunning aan de gemeente Goirle voor het oprichten en exploiteren van een milieustraat, depot klein gevaarlijk afval en kringloopbedrijf. Appellanten, bewoners uit de omgeving, stelden beroep in tegen dit besluit vanwege vermeende strijd met het bestemmingsplan, visuele hinder, stofoverlast en geluidshinder.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het ontbreken van een bouwvergunning geen beletsel vormt voor het verlenen van een milieuvergunning en dat bestemmingsplanaspecten niet relevant zijn voor de milieubeoordeling. Verder werd geoordeeld dat de milieutechnische voorschriften in de vergunning voldoende bescherming bieden tegen stofoverlast en geluidshinder. Het akoestisch onderzoek en de voorschriften werden als toereikend beoordeeld, ook ten aanzien van de hoogte van stortplaatsen en geluidsbronnen.
De visuele hinder werd niet als zodanig ernstig beoordeeld dat weigering van de vergunning gerechtvaardigd zou zijn. De geluidmuur en beplanting dragen bij aan het beperken van hinder. De Raad van State verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de rechtmatigheid van de vergunningverlening.
Uitkomst: Het beroep tegen de milieuvergunning voor de milieustraat in Goirle is ongegrond verklaard.