ECLI:NL:RVS:2003:AN9218
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Beekhuis
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling hogere geluidgrenswaarden voor woningen bij wegreconstructie
Verweerder heeft op grond van de Wet geluidhinder hogere geluidgrenswaarden vastgesteld voor woningen nabij een reconstructie van een weg. Appellant, bewoner van een van de betrokken woningen, maakte bezwaar tegen het besluit en stelde dat het akoestisch onderzoek onjuiste aannames bevatte, onder meer over de geluidwering van gevels en het verkeersgeluid.
De Raad van State oordeelde dat appellant als belanghebbende moet worden aangemerkt, maar dat de bezwaren tegen het akoestisch onderzoek en de geluidwering van de gevels geen invloed kunnen hebben op de vaststelling van de geluidgrenswaarden. Ook de stelling dat het verkeersgeluid hoger zou zijn door gewijzigde verkeersstromen werd verworpen, omdat het onderzoek uitging van actuele tellingen en een rekenmodel dat eerder overschat dan onderschat.
Verder was het aanbod van verweerder om isolatiemetingen uit te voeren en voorzieningen te treffen om aan de binnenniveau-eisen te voldoen niet te vaag, aangezien de wettelijke verplichtingen en kosten bij de wegbeheerder liggen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vaststelling van hogere geluidgrenswaarden wordt ongegrond verklaard.