ECLI:NL:RVS:2003:AN8378
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Kosto
- J.G.C. Wiebenga
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit aanwijzing Brabantse Wal als speciale beschermingszone voor Vogelrichtlijn
Bij besluit van 24 maart 2000 is het gebied Brabantse Wal aangewezen als speciale beschermingszone (SBZ) in het kader van de Vogelrichtlijn. Appellanten, waaronder de KNJV, Recron en De Putse Moer N.V., hebben hiertegen beroep ingesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 6 november 2003 behandeld.
De Afdeling oordeelt dat de vereniging Recron niet als belanghebbende kan worden aangemerkt omdat zij slechts individuele belangen van haar leden behartigt en geen eigen algemeen of collectief belang heeft. Daarom wordt het bezwaar van Recron ten onrechte ontvangen verklaard en wordt het beroep van Recron gegrond verklaard, met vernietiging van het bestreden besluit voor zover het haar betreft.
De overige appellanten hebben algemene en gebiedsspecifieke bezwaren aangevoerd tegen het aanwijzingsbesluit, waaronder de gehanteerde selectie- en begrenzingscriteria en de rechtsgevolgen van het besluit. De Afdeling verwijst naar eerdere jurisprudentie en stelt vast dat de aanwijzing van Brabantse Wal als SBZ op juiste gronden is gebaseerd en niet onrechtmatig is. De beroepen van de overige appellanten worden daarom ongegrond verklaard.
De Afdeling veroordeelt de Staat in de proceskosten van Recron en bepaalt dat het griffierecht aan Recron wordt vergoed. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 19 november 2003.
Uitkomst: Het beroep van Recron wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover het haar betreft; de overige beroepen worden ongegrond verklaard.