ECLI:NL:RVS:2003:AN8353
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- M. Oosting
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging milieuvergunning wegens niet tijdig ingediende Wvo-vergunning en procedurefouten
Bij besluit van 3 december 2002 verleende het college van gedeputeerde staten van Utrecht een revisievergunning voor een composteerinrichting aan appellante sub 1 voor tien jaar. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit. De Raad van State oordeelde dat appellanten sub 1 en 3 op bepaalde punten niet-ontvankelijk waren omdat zij geen bedenkingen tegen het ontwerpbesluit hadden ingebracht.
Appellant sub 3 stelde dat het lozen van afvalwater op het gemeentelijke rioleringsstelsel een vergunning krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo) vereist, en dat de procedures voor milieuvergunning en Wvo-vergunning niet gecoördineerd waren. Verweerder stelde dat de lozing op de percolaatvijver geen Wvo-vergunning vereiste en dat de aanvraag tijdig was ingediend.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de wijziging van de aanvraag op 29 juli 2002 tot lozing van bedrijfsafvalwater op de riolering een situatie betrof waarvoor een Wvo-vergunning vereist is. Deze aanvraag was niet binnen zes weken na deze wijziging ingediend, waardoor de milieuvergunning buiten behandeling had moeten worden gelaten. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en de aanvraag buiten verdere behandeling gesteld.
De Afdeling veroordeelde verweerder in de proceskosten van appellanten en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. De overige beroepsgronden werden niet behandeld.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de milieuvergunning wordt vernietigd en de aanvraag wordt buiten verdere behandeling gelaten wegens niet tijdige indiening van de Wvo-vergunning.