ECLI:NL:RVS:2003:AN8344
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Beekhuis
- R. van Heusden
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vergunning grondwateronttrekking voor bouwputbemaling in Terneuzen
Bij besluit van 25 maart 2003 verleende het college van gedeputeerde staten van Zeeland een vergunning op grond van de Grondwaterwet aan een vergunninghoudster voor het onttrekken van grondwater ten behoeve van bouwputbemaling bij de aanleg van een parkeerkelder in Terneuzen. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit wegens vermeende procedurele fouten en milieugerelateerde bezwaren.
Appellant voerde aan dat niet alle relevante stukken bij het ontwerpbesluit ter inzage waren gelegd, wat in strijd zou zijn met de Algemene wet bestuursrecht. De Raad stelde vast dat deze stukken later alsnog aan appellant waren toegezonden en dat appellant daardoor niet was benadeeld, zodat het gebrek kon worden gepasseerd. Daarnaast was het bezwaar dat het besluit niet vanaf het begin van de beroepstermijn ter inzage lag niet gegrond omdat dit na het besluit plaatsvond.
Inhoudelijk betoogde appellant dat de grondwateronttrekking schade zou veroorzaken aan zijn perceel, woning en de nabijgelegen zeedijk. De Raad oordeelde dat de onttrekking onder een afsluitende deklaag plaatsvindt en dat de technische rapporten en monitoring voldoende waarborgen bieden tegen nadelige effecten zoals droogte, verzilting, zettingschade en verspreiding van bodemverontreiniging. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor grondwateronttrekking wordt ongegrond verklaard.