ECLI:NL:RVS:2003:AN7933
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W. Konijnenbelt
- J. Heijerman
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens overtreding revisievergunning
Verzoekster kreeg een last onder dwangsom opgelegd door het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant wegens overtredingen van diverse voorschriften uit haar revisievergunning voor haar inrichting. De dwangsom bedroeg € 1.000 per overtreding, met een maximum van € 50.000.
Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening. Zij stelde onder meer dat het voorschrift 5.6 over het voorkomen van verwaaiing van papier rechtsonzeker is en dat de bevoegdheid tot handhaving van voorschrift 3.15 ontbrak. De Voorzitter oordeelde dat voorschrift 5.6 een duidelijk doelvoorschrift is en handhaafbaar, maar dat de handhaving ten aanzien van verwaaiing binnen de inrichting onduidelijk was en daarom onredelijk. Daarom werd de last voor dat deel geschorst. Ten aanzien van voorschrift 3.15 was niet komen vast te staan dat de werking van het riool werd belemmerd, waardoor het besluit onvoldoende gemotiveerd was en ook geschorst werd.
De Voorzitter vond dat de handhaving van de overige voorschriften terecht was, waaronder het gebruik van een niet-vergunde lopende-bandconstructie en de opslag van papier op niet-vergunde plaatsen. De dwangsom voor verwaaiing buiten de inrichting werd verlaagd naar € 500 per overtreding. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
De voorlopige voorziening geldt tot zes weken na de beslissing op bezwaar, met mogelijkheid tot verlenging bij een verzoek om voorlopige voorziening.
Uitkomst: De Voorzitter schorst deels het handhavingsbesluit en wijzigt de dwangsom voor verwaaiing van papier buiten de inrichting, met veroordeling in proceskosten en vergoeding griffierecht.