ECLI:NL:RVS:2003:AN7293
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- R.E.A. Matulewicz
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering ligplaatsvergunning en ontheffing stationerend vaartuig
Appellant vroeg een ligplaatsvergunning voor zijn vaartuig aan, welke op 16 oktober 2000 door het dagelijks bestuur van het stadsdeel Geuzenveld/Slotermeer werd geweigerd. Na bezwaar verklaarde het dagelijks bestuur op 3 juli 2001 het bezwaar gegrond, herroept het primaire besluit en weigerde vervolgens een ontheffing voor het stationeren van het vaartuig.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank het geschil ten onrechte had beperkt tot de redelijkheid van de weigering van de ontheffing. De rechtbank had moeten beoordelen dat na herroeping van het primaire besluit geen nieuwe beslissing op de aanvraag om ligplaatsvergunning was genomen, wat in strijd is met artikel 7:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 3 juli 2001 voor zover daarin geen nieuwe beslissing op de ligplaatsvergunning was genomen en onterecht was beslist op een niet ingediende aanvraag om ontheffing. Tevens werd appellant het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het stadsdeel wordt vernietigd wegens het niet nemen van een nieuwe beslissing op de aanvraag ligplaatsvergunning.