ECLI:NL:RVS:2003:AN7225
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C.K.W. Bartel
- P.J.J. van Buuren
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing en goedkeuring bestemmingsplan Staande Mastroute Boarnsterhim
De gemeenteraad van Boarnsterhim stelde op 19 februari 2002 het bestemmingsplan "Staande Mastroute" vast, dat de aanleg van een recreatieve vaarroute mogelijk maakt. Het college van gedeputeerde staten van Fryslân keurde dit plan goed bij besluit van 8 oktober 2002. Diverse appellanten stelden beroep in tegen dit goedkeuringsbesluit.
De Raad van State oordeelt dat het beroep van appellant sub 3 niet-ontvankelijk is voor het deel dat ziet op de bestemming "Agrarisch gebied (onbebouwd) [Ao]", omdat geen zienswijze hierover was ingebracht bij de gemeenteraad. Voor de overige beroepen overweegt de Afdeling dat het college van gedeputeerde staten binnen zijn beoordelingsmarge heeft gehandeld en het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.
Appellanten sub 2 voerden aan dat adviezen over vaarintensiteit niet tijdig ter inzage lagen en dat de vaststellingstermijnen waren overschreden. De Afdeling stelt dat deze tekortkomingen niet tot schending van het recht leiden, omdat de adviezen later ter inzage lagen en de termijnen niet tot bevoegdheidsverlies leidden. Ook de vermeende onvolledige publicatie werd gecorrigeerd.
Verder oordeelt de Afdeling dat het plan de belangen van appellanten sub 1 en 2, waaronder veiligheid en leefklimaat, in redelijkheid heeft afgewogen tegen het algemene belang van de Staande Mastroute. De genomen mitigerende maatregelen en adviezen rechtvaardigen de goedkeuring. Het beroep van appellant sub 3 op het deel "Water" is ongegrond vanwege gebrek aan onderbouwing.
De beroepen worden derhalve afgewezen, en het goedkeuringsbesluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt afgewezen en het goedkeuringsbesluit van het bestemmingsplan blijft in stand.