ECLI:NL:RVS:2003:AN7214
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- A.W.M. Bijloos
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar koninklijke onderscheiding
Bij Koninklijk Besluit is een derde benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd door de Minister niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant niet rechtstreeks in zijn belang werd getroffen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond en het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op een aanvullend bezwaar gegrond maar niet-ontvankelijk.
Appellant stelde dat de Raad van State niet onafhankelijk en onpartijdig zou zijn en dat zijn verzoek om stukken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) ten onrechte niet was ingewilligd. De Raad van State oordeelde dat artikel 6 EVRM Pro niet van toepassing was omdat het geen geschil betrof over burgerlijke rechten en verplichtingen, en dat het verzoek om stukken niet als een Wob-verzoek was gedaan, maar als een verzoek op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Raad van State bevestigde dat appellant geen specifiek en individueel belang had bij het besluit en dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.