ECLI:NL:RVS:2003:AM5427
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- D. Haan
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen bouwvergunning voor uitbreiding bedrijfsloods met onrechtmatig gebruik
Het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk verleende op 28 november 2001 een bouwvergunning voor het vergroten van een bedrijfsloods ten behoeve van de stalling van landbouwmachines. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning, stellende dat de loods ook voor constructiewerkzaamheden werd gebruikt, hetgeen strijdig zou zijn met het bestemmingsplan. Het college verklaarde het bezwaar ongegrond en de voorzieningenrechter bevestigde dit bij uitspraak van 9 december 2002.
Appellanten stelden hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat bij de toetsing van het bouwplan niet alleen het bestemmingsplan, maar ook het concrete beoogde gebruik van belang is. Gezien de onderlinge verbondenheid van de bestaande en de nieuwe loods en het feit dat de bestaande loods ook voor constructiewerkzaamheden wordt gebruikt, is het niet onaannemelijk dat de uitbreiding mede voor deze werkzaamheden zal worden gebruikt.
Hierdoor is het college ten onrechte tot het oordeel gekomen dat het bouwplan binnen de bestemming past. De beslissing op bezwaar is daarmee in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht genomen. De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en het besluit van het college, en gelastte het college een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het besluit van het college en de uitspraak van de voorzieningenrechter zijn vernietigd, en het college is verplicht een nieuwe beslissing te nemen.