ECLI:NL:RVS:2003:AM5394
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens overtreding milieuregels
Verzoekster kreeg op 15 juli 2003 een last onder dwangsom opgelegd door het college van gedeputeerde staten van Zeeland wegens overtreding van voorschrift 1.15 van haar milieubeheervergunning. De dwangsom bedroeg €400 per overtreding per dag, met een maximum van €20.000.
Verzoekster maakte bezwaar en vroeg vervolgens op 18 september 2003 bij de Raad van State om een voorlopige voorziening. Zij stelde dat zij door omstandigheden genoodzaakt was het puin boven de keerwanden op te slaan vanwege een stagnerende afzet en het ontbreken van een mobiele puinbreker. Ook voerde zij aan dat het overtreden voorschrift geen stofhinder veroorzaakte en dat zij geen klachten kende.
De Voorzitter stelde vast dat het voorschrift niet werd nageleefd en dat verweerder bevoegd was de last onder dwangsom op te leggen. Het betoog dat verweerder niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik had mogen maken, werd verworpen omdat verzoekster bewust en langdurig het voorschrift overtrad en geen vertrouwen mocht ontlenen aan een ambtelijke opmerking over acceptatie van overschrijding. Het vochtig houden van het puin was onvoldoende om stofhinder te voorkomen. Ook was het niet aannemelijk dat legalisatie mogelijk was, mede door onvoldoende informatie.
De Voorzitter concludeerde dat verweerder terecht de last onder dwangsom had opgelegd en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen.