ECLI:NL:RVS:2003:AM5385
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- T.M.A. Claessens
- M.Z.C. Koutstaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en weigering vergunning Drank- en Horecawet door gemeente Venlo
Het college van burgemeester en wethouders van Venlo heeft op 25 maart 2003 de vergunning van appellante op grond van de Drank- en Horecawet ingetrokken en geweigerd een nieuwe vergunning te verlenen. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, welke door het college ongegrond werden verklaard. De voorzieningenrechter van de rechtbank te Roermond verklaarde de beroepen van appellante tegen deze besluiten eveneens ongegrond.
Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft het verzoek behandeld en overwogen dat het college bevoegd was tot intrekking van de vergunning op grond van artikel 24 en Pro 31 van de Drank- en Horecawet. De rapportages van controles waarop het besluit was gebaseerd, werden als juist en toereikend beoordeeld.
Verder oordeelde de Voorzitter dat het gemeentelijk beleid gericht is op strikte handhaving en dat geen bijzondere omstandigheden waren die een afwijking van dit beleid rechtvaardigden. De bedrijfseconomische gevolgen voor appellante waren voorspelbaar en niet zwaarwegend genoeg om het besluit te herzien. Ook de weigering van de nieuwe vergunning was terecht, omdat onvoldoende garanties bestonden dat overtredingen zouden worden voorkomen.
De Voorzitter concludeerde dat nader onderzoek niet nodig was en sprak onmiddellijk uitspraak uit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante is ongegrond verklaard en de intrekking en weigering van de vergunning door het college van Venlo bevestigd.