ECLI:NL:RVS:2003:AM5377
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- J.G.C. Wiebenga
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen vergunning lozing mestverwerkingsinstallatie
Bij besluit van 1 oktober 2002 verleende het dagelijks bestuur van het waterschap de Maaskant aan de Stichting Claenergy Wanroij een vergunning op grond van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo) voor het lozen van afvalstoffen van een mestverwerkingsinstallatie op het rioleringsstelsel van de gemeente Sint Anthonis.
Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning omdat zij meenden dat bepalingen omtrent proefnemingen met alternatieve afvalstoffen ontbraken in de Wvo-vergunning, terwijl deze wel waren opgenomen in een vergunning krachtens de Wet milieubeheer. Zij stelden dat de vergunningen onvoldoende op elkaar waren afgestemd en dat niet voldoende was gewaarborgd dat lozingseisen bij wijzigingen van afvalstoffen zouden worden aangepast.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de Wvo-vergunning en de milieubeheervergunning op dit punt sluitend op elkaar waren afgestemd. De Wvo-vergunning bevatte een uitgangspunt dat uitsluitend mocht worden geloosd zoals aangevraagd, en de milieubeheervergunning bevatte voorschriften die proefnemingen met alternatieve afvalstoffen alleen toestonden indien deze niet in strijd waren met de Wvo-vergunning. Daarnaast bood de Wet milieubeheer een afdwingbare waarborg voor procedurele en inhoudelijke afstemming bij wijzigingen.
De Afdeling oordeelde dat de beroepen ongegrond waren en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de vergunning voor het lozen van afvalstoffen worden ongegrond verklaard.