ECLI:NL:RVS:2003:AM5357
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- W. Konijnenbelt
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning co-vergistingsinstallatie wegens onvoldoende motivering mer-beoordelingsplicht
Bij besluit van 16 juli 2002 verleende het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant een vergunning aan Stichting LOP-Lith voor het oprichten en in werking hebben van een co-vergistingsinstallatie. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit, onder meer vanwege vermeende gebreken in de kennisgeving aan omwonenden, het ontbreken van een mondelinge gedachtewisseling, onvolledigheid van de aanvraag en het niet uitvoeren van een milieu-effectbeoordeling.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant sub 2 niet-ontvankelijk was voor het beroep inzake directe geluidhinder omdat geen bedenkingen tegen het ontwerpbesluit waren ingebracht. Verder werd geoordeeld dat de kennisgeving aan omwonenden en het ontbreken van een mondelinge gedachtewisseling niet in strijd waren met de wet. De aanvraag werd als voldoende compleet beoordeeld.
Echter, de Afdeling stelde vast dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat geen milieueffectrapport (mer) behoefde te worden opgesteld. De technische capaciteit van de installatie was onvoldoende onderbouwd om de drempelwaarde van 100 ton per dag niet te overschrijden. Hierdoor was het besluit strijdig met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Gezien dit gebrek vernietigde de Afdeling het gehele besluit en verklaarde de beroepen van appellanten, voor zover ontvankelijk, gegrond. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent de mer-beoordelingsplicht.