ECLI:NL:RVS:2003:AM2502
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- C. Sparreboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand voor zelfstandig ondernemer
Appellante, een zelfstandige ondernemer met een eenmanszaak, verzocht om toevoeging in het kader van de Wet op de rechtsbijstand voor een verbintenisrechtelijk geschil met een leverancier. Het bureau rechtsbijstandvoorziening en de raad voor rechtsbijstand wezen dit verzoek af, waarna ook de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat op grond van artikel 12, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wrb, rechtsbijstand niet wordt verleend indien het rechtsbelang betrekking heeft op de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf, tenzij het voortbestaan daarvan afhankelijk is van het resultaat van de rechtsbijstand. Appellante slaagde er niet in aan te tonen dat haar bedrijfsvoering uitsluitend afhangt van de uitkomst van de procedure.
De Raad van State bevestigde daarom het eerdere oordeel dat de toevoeging niet toewijsbaar is, mede gelet op de terughoudende wetgeving ten aanzien van kosten die voortvloeien uit bedrijfsvoering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de toevoeging rechtsbijstand wordt bevestigd omdat het voortbestaan van het bedrijf niet afhankelijk is van de procedure.