ECLI:NL:RVS:2003:AM2475
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S. Zwemstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting horecabedrijf wegens overtreding Opiumwet en niet-toepassing coffeeshopbeleid
De burgemeester van Eindhoven heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet een tijdelijke algehele sluiting van 52 weken opgelegd aan het horecabedrijf van appellant wegens de geconstateerde handel in softdrugs. Dit besluit volgde op eerdere waarschuwingen en een eerdere sluiting van zes maanden in verband met soortgelijke overtredingen.
Het beleid van de gemeente Eindhoven staat alleen handel in softdrugs toe binnen coffeeshops; horecagelegenheden met een drankvergunning vallen hier niet onder. Het stappenplan voorziet bij herhaalde overtredingen in een escalatie van sluitingstermijnen, waarbij bij de derde overtreding een sluiting van 52 weken wordt opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt dit oordeel. De Afdeling stelt vast dat het beleid van de burgemeester niet onredelijk is en dat het horecabedrijf geen coffeeshop is. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigen. De bestuursdwang is daarmee terecht toegepast.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van het horecabedrijf voor 52 weken wegens herhaalde overtreding van de Opiumwet.