ECLI:NL:RVS:2003:AM2431
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- M.H. Broodman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergunning voor exploitatie coffeeshop in hoger beroep
Appellant verzocht om een vergunning voor het exploiteren van een coffeeshop in Maastricht, welke aanvankelijk werd geweigerd door de burgemeester. Na bezwaar verleende de burgemeester onder voorwaarden de vergunning, maar het geschil over de voorschriften leidde tot meerdere procedures. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna de Raad van State een deel van het besluit vernietigde en het voorschrift dat de vergunning vervalt bij wijziging van de inrichting schrapte.
De burgemeester verleende daarop opnieuw de vergunning zonder dat voorschrift. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze nieuwe beslissing. De Raad van State oordeelde dat het besluit van 15 april 2002 geen nieuwe vergunningverlening betrof, maar een heroverweging van het eerdere besluit met betrekking tot één voorschrift. Hierdoor kon appellant niet opnieuw in beroep komen tegen reeds onaantastbare voorschriften.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Raad van State handhaafde hiermee de vergunning onder de geldende voorwaarden zonder het betwiste voorschrift.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.