ECLI:NL:RVS:2003:AM2395
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouw- en kapvergunning voor kantoorgebouwen in Stationsgebied Hoogeveen
Het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen verleende op 3 januari 2002 een bouwvergunning voor drie kantoorgebouwen en op 19 februari 2002 een kapvergunning voor het kappen van bomen en haagbeuken in het Stationsgebied te Hoogeveen. Appellante, stellende namens een werkgroep op te treden, stelde beroep in tegen deze besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk voor zover het namens de werkgroep werd ingesteld, omdat appellante geen bewijs van vertegenwoordiging overlegde. Ten aanzien van de bouwvergunning oordeelde de Afdeling dat de bezwaren van appellante tegen de welstandstoets niet slaagden, omdat deze zich richtte op het bestemmingsplan dat reeds onherroepelijk was vastgesteld. Het college mocht volstaan met een verwijzing naar het positieve advies van de welstandscommissie en hoefde geen inhoudelijk oordeel te geven.
Met betrekking tot de kapvergunning stelde de Afdeling vast dat het college de belangen zorgvuldig had afgewogen, dat het kappen noodzakelijk was voor de bouwweg en toegang, en dat de herplantplicht van 23 bomen een redelijke maatregel vormde. Het betoog dat overleg met omwonenden vooraf niet had plaatsgevonden, werd verworpen omdat na de vergunningverlening alsnog overleg en hoorzitting plaatsvonden.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de bouw- en kapvergunningen worden bevestigd.