ECLI:NL:RVS:2003:AM2382
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- J.G.C. Wiebenga
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bezwaar over overbrenging categorie I grond naar Duitsland
Appellante, Remyned B.V., wilde 40.000.000 kg categorie I grond uitvoeren naar een kleigroeve in Duitsland voor opvulling en egalisatie. Verweerder, de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, maakte bezwaar tegen deze overbrenging op grond van de Verordening 259/93/EEG, stellende dat het geen nuttige toepassing betrof maar storten van afval.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de grond restproducten zijn die vrijkomen bij grondverzet en dat de toepassing in de kleigroeve een nuttige functie vervult, namelijk het vervangen van primaire grondstoffen en het voldoen aan een herinrichtingsplicht. Het Hof van Justitie oordeelde dat de kwalificatie van nuttige toepassing of verwijdering per geval moet worden beoordeeld, waarbij het belangrijkste doel bepalend is.
De Afdeling oordeelde dat het bezwaar van de Minister gebaseerd was op een onjuiste kwalificatie en in strijd met het stelsel van de Verordening. Daarom werd het besluit vernietigd. De Minister werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de Minister wordt vernietigd wegens onjuiste kwalificatie van de overbrenging als verwijdering in plaats van nuttige toepassing.