ECLI:NL:RVS:2003:AL9025
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S.C. van Tuyll van Serooskerken
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking drank- en horecavergunning wegens leidinggevende en verstoring openbare orde
Het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch trok op 26 juni 2001 de drank- en horecavergunning van appellant in op grond van artikel 31 van Pro de Drank- en Horecawet. Dit vanwege het feit dat een niet-vermelde persoon, de partner van appellant, als leidinggevende werd aangemerkt en vanwege incidenten die de openbare orde bedreigden.
Appellant voerde aan dat zijn partner slechts een geldbedrag had geïnvesteerd en dat de incidenten niet op juiste politierapportages waren gebaseerd. De rechtbank oordeelde echter dat de partner als leidinggevende kon worden beschouwd en dat de incidenten voldoende waren om de vergunning in te trekken.
De Raad van State bevestigde dit oordeel en wees erop dat de partner volgens de overeenkomst aanzienlijke invloed had en dat de incidenten, hoewel beperkt in aantal, ernstig waren en verband hielden met de exploitatie van het horecabedrijf. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de vergunning bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de drank- en horecavergunning wordt bevestigd omdat de partner als leidinggevende geldt en incidenten de openbare orde bedreigen.