ECLI:NL:RVS:2003:AL8944
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G.A.A.M. Boot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving tegen gebruik woningen als kantoor en illegale verbouwingen
Het college van burgemeester en wethouders van Wester-Koggenland legde appellante een dwangsom op om het gebruik van twee woningen als kantoorruimte te staken en illegale verbouwingen ongedaan te maken. Appellante stelde dat het gebruik onder overgangsrecht viel en dat de verbouwingen vergunningvrij waren.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt dit oordeel. Het college was niet op de hoogte van het kantoorgebruik vóór het geldende bestemmingsplan en kon dus niet worden verweten dat het niet eerder handhavend optrad. De verbouwingen vielen niet onder de vergunning uit 1983.
De Raad van State oordeelt dat geen concreet zicht op legalisering bestaat en dat het college terecht handhavend optreedt. Ook het verzoek om verlenging van de begunstigingstermijn vanwege de pensioengerechtigde leeftijd wordt afgewezen. De uitspraak van de voorzieningenrechter wordt bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit wordt bevestigd.