ECLI:NL:RVS:2003:AL8921
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S.C. van Tuyll van Serooskerken
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking urgentieverklaring wegens niet tijdig reageren op woningaanbod
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam trok de urgentieverklaring van appellante in omdat zij niet tijdig reageerde op een woningaanbod in de actieve bemiddelingsperiode, conform de Huisvestingsverordening Rotterdam 1999.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond. Appellante voerde aan de brief met het woningaanbod niet te hebben ontvangen en dat de gemeente op de hoogte was van haar vakantieperiode, maar deze argumenten werden door de Raad van State niet geaccepteerd.
De Raad overwoog dat het niet ontvangen van de brief niet tijdig was ingebracht en dat appellante onvoldoende had aangetoond dat de gemeente van haar vakantieperiode op de hoogte was. Het college mocht daarom het niet tijdig reageren voor haar rekening brengen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de urgentieverklaring bevestigd.