ECLI:NL:RVS:2003:AL8898
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W. Konijnenbelt
- J. Heijerman
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor verwijdering geshredderd hout
Verzoekster kreeg bij besluit van 20 november 2002 een last onder dwangsom opgelegd door het college van gedeputeerde staten van Gelderland om geshredderd snoeihout van haar perceel te verwijderen. De dwangsom bedroeg € 5.000 per week met een maximum van € 25.000. Na bezwaar wijzigde verweerder het besluit op 1 juli 2003 door de omschrijving van de hoeveelheid hout te specificeren als 300 m3 (300 ton) geshredderd hout.
Verzoekster stelde dat het hout inmiddels in de ondergrond was opgenomen en daardoor niet meer verwijderd kon worden, en dat de omschrijving van de houthoeveelheid onduidelijk was. Verweerder erkende dat ten tijde van het bestreden besluit niet meer aan de last kon worden voldaan, waardoor sprake was van onvoldoende feitelijke kennis bij het besluit.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening gegrond was en schorste de dwangsombesluiten. Tevens veroordeelde hij de provincie Gelderland tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan op 7 oktober 2003.
Uitkomst: De last onder dwangsom en het bestreden besluit worden geschorst en de provincie Gelderland wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.