ECLI:NL:RVS:2003:AL8892
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- T.M.A. Claessens
- C. Sparreboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kapvergunning wegens ontbrekende milieuvergunning en onvoldoende motivering
Het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente heeft appellante medegedeeld dat de aanvraag voor het kappen van houtopstand op haar perceel is aangehouden en later geweigerd, mede vanwege het ontbreken van een benodigde milieuvergunning. Appellante stelde dat geen kapvergunning vereist was omdat ook geen aanlegvergunning nodig was voor de verharding van het terrein, en dat de motivering van het college onvoldoende was.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Almelo verklaarde het beroep van appellante gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State en tevens een voorlopige voorziening verzocht. De Raad van State overwoog dat het aanhoudingsvereiste in artikel 7 van Pro de Bomenverordening niet afhankelijk is van het al dan niet aanwezig zijn van andere vergunningen, en dat het college terecht vasthoudt aan de noodzaak van een milieuvergunning voor de geplande activiteiten.
De Raad van State concludeerde dat de voorzieningenrechter terecht oordeelde dat de motivering van het college onvoldoende was, maar dat het college niet verplicht was de kapvergunning te verlenen vanwege mogelijke weigeringsgronden en het ontbreken van de milieuvergunning. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.