ECLI:NL:RVS:2003:AL8890
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.C.K.W. Bartel
- P.J.A.M. Broekman
- Rechtspraak.nl
Opheffing opschortende werking bezwaar tegen vergunning saneringswerkzaamheden
Bij besluit van 20 februari 2002 verleende de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij een vergunning voor saneringswerkzaamheden rond een woning en bunkers op een perceel, maar weigerde vergunning voor sanering van de helling achter de woning. Belanghebbenden maakten bezwaar tegen dit besluit, specifiek tegen de weigering voor de helling. De Voorzitter behandelde op 26 september 2003 het verzoek van verzoekers om de opschortende werking van het bezwaar op te heffen.
De Voorzitter constateerde dat de bezwaren uitsluitend gericht waren tegen de weigering vergunning voor de helling en dat geen bezwaren waren tegen de verleende vergunning. Verweerder had het bezwaar ongegrond verklaard, waardoor de opschortende werking van het bezwaar verviel, maar de opschorting van de beroepstermijn bleef gelden. Verzoekers hadden beroep ingesteld tegen de weigering om op het bezwaar te beslissen, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening gelijkgesteld werd met een verzoek hangende beroep.
Gezien de ernst van de bodemverontreiniging en het feit dat geen belangen werden geschaad door uitvoering van de verleende vergunning, zag de Voorzitter geen reden om het gebruik van de vergunning te verbieden. Daarom werd de opschortende werking van het bezwaar en het beroep opgeheven. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De opschortende werking van het bezwaar en beroep tegen het besluit is opgeheven, waardoor de saneringswerkzaamheden kunnen doorgaan.