ECLI:NL:RVS:2003:AL7619
Raad van State
- Hoger beroep
- C. de Gooijer
- A.W.M. Bijloos
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake onvoldoende beoordeling doctoraalopdracht
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de beoordeling van zijn doctoraalopdracht door de examinator, die deze als onvoldoende heeft beoordeeld. Het College van beroep voor de examens van de Technische Universiteit Delft heeft dit bezwaar ongegrond verklaard, waarna ook de rechtbank het beroep ongegrond heeft verklaard. Appellant stelde in hoger beroep dat het tentamen niet volgens de gebruikelijke procedure was afgenomen, omdat hij niet de gelegenheid had gekregen zijn schriftelijke werk mondeling toe te lichten.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft vastgesteld dat de beoordeling van een doctoraalopdracht bestaat uit meerdere onderdelen, waaronder schriftelijk werk en een mondeling tentamen. In dit geval was het schriftelijk werk op kwalitatieve gronden met het cijfer één beoordeeld, waardoor het mondeling tentamen geen invloed meer kon hebben op het eindcijfer. De Afdeling oordeelde dat het College van beroep terecht heeft geoordeeld dat het mondelinge tentamen achterwege kon blijven.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De Afdeling heeft hiermee de eerdere beslissingen bekrachtigd en het beroep van appellant verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.