ECLI:NL:RVS:2003:AL3380
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.M. van Angeren
- E.M.H. Hirsch Ballin
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Weigering bouwvergunning windturbine wegens niet-noodzakelijkheid voor agrarische bedrijfsvoering
Het college van burgemeester en wethouders van Giessenlanden weigerde op 23 maart 2001 de vrijstelling en bouwvergunning voor een windturbine op een perceel met een melkveehouderij. De rechtbank te Dordrecht vernietigde dit besluit op 17 januari 2003 en verklaarde het beroep van verzoeker gegrond.
Het college en belanghebbenden stelden hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellanten sub 2 als belanghebbenden konden worden aangemerkt vanwege hun nabijheid tot het perceel. Het bestemmingsplan “Landelijk Gebied” staat alleen windturbines toe die noodzakelijk zijn voor de agrarische bedrijfsvoering.
De windturbine kon slechts circa 2% van de energiebehoefte van het agrarisch bedrijf leveren, waardoor deze niet noodzakelijk is. Het argument dat de energieopbrengst het bedrijfsresultaat positief beïnvloedt, werd verworpen. Ook het advies van de IAAC en het gemeentelijk beleid dat solitaire windturbines niet toestaat, ondersteunen het besluit. De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de bouwvergunning wordt bevestigd.