ECLI:NL:RVS:2003:AJ3345
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W. van den Brink
- E.D. Boer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning tuinbouwkas ondanks verouderd bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Venlo verleende op 10 december 2002 een bouwvergunning voor de bouw van een tuinbouwkas op een perceel in Venlo. Appellanten, de stichting Het Limburgs Landschap en de stichting Milieufederatie Limburg, maakten bezwaar tegen deze vergunning en voerden aan dat het bestemmingsplan verouderd was en niet in overeenstemming met het huidige ruimtelijk beleid. De voorzieningenrechter verklaarde de beroepen ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de termijn van tien jaar genoemd in artikel 33 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening een termijn van orde is zonder gevolgen voor de rechtskracht van het bestemmingsplan. Verder was niet in geschil dat het bouwplan in overeenstemming was met het bestemmingsplan. Ook het betoog dat een Flora- en faunawetvergunning vereist zou zijn, werd verworpen vanwege het limitatief-imperatieve karakter van artikel 44 van Pro de Woningwet zoals dat tot 1 januari 2003 gold.
De Raad van State concludeerde dat de voorzieningenrechter terecht de beroepen ongegrond had verklaard en dat geen aanleiding bestond voor het treffen van een voorlopige voorziening. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het verzoek tot voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bouwvergunning blijft van kracht.