ECLI:NL:RVS:2003:AI1486
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering handhavend optreden tegen afwijkende plaatsing lichtmasten korfbalvereniging
Het college van burgemeester en wethouders van Moordrecht weigerde handhavend op te treden tegen de korfbalvereniging IJsselvogels die vier lichtmasten plaatste in afwijking van de verleende bouwvergunning voor zes masten. De rechtbank verklaarde het beroep van een belanghebbende gegrond en vernietigde het besluit van het college. Het college stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad oordeelde dat de afwijking van de bouwvergunning niet als gering kon worden beschouwd en dat het college bevoegd was om handhavend op te treden. Er was geen concreet zicht op legalisering van de illegale situatie, omdat de procedure voor het nieuwe bestemmingsplan was gestaakt en geen verzoek om vergunning was ingediend voor de gewijzigde situering.
Ook de stelling van het college dat de afwijking gering was en dat hinder door lichthinder zou verminderen, leidde niet tot het oordeel dat handhaving achterwege kon blijven. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het college terecht handhavend optreden weigerde vanwege het ontbreken van concreet zicht op legalisering.