ECLI:NL:RVS:2003:AI1459
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.H. Roelfsema
- Rechtspraak.nl
Weigering bouwvergunning garage wegens strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht weigerde op 20 februari 2001 een bouwvergunning voor de bouw van een garage aan appellante. Deze vergunning werd ook na bezwaar en beroep door de rechtbank Rotterdam afgewezen. Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
Het bouwplan voorziet in de bouw van een garage aansluitend aan een bestaand opslaggebouw. De locatie heeft deels de bestemming 'Woondoeleinden' en deels 'Verkeersdoeleinden woonomgeving'. Volgens het bestemmingsplan zijn op deze gronden alleen woningen en bijbehorende bouwwerken toegestaan, respectievelijk bouwwerken zonder gebouwen voor verkeersdoeleinden. De garage is niet ten behoeve van een woning en vormt een gebouw, waardoor het plan in strijd is met het bestemmingsplan.
Appellante voerde aan dat vrijstelling mogelijk was op grond van artikel 22, vierde lid, van de planvoorschriften, maar de Raad van State oordeelde dat deze vrijstelling alleen betrekking heeft op het gebruik van grond en opstallen, niet op het oprichten van bouwwerken. Ook het beroep op artikel 19 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening faalde, omdat het college aannemelijk maakte dat het bouwplan niet strookt met het gemeentelijk beleid om bedrijfsactiviteiten uit woonwijken te weren.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de bouwvergunning bevestigd.