ECLI:NL:RVS:2003:AI1457
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S. Zwemstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake weigering uitritvergunning wegens onvoldoende feitenonderzoek
Het college van burgemeester en wethouders van Almere weigerde een vergunning voor het maken van een uitrit aan een locatie in Almere, omdat daarvoor een openbare parkeerplaats zou moeten worden opgeofferd. Appellanten maakten bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit op bezwaar, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college het feitenonderzoek onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid. Het onderzoek naar beschikbare parkeerplaatsen betrof slechts de Mosselstraat en hield geen rekening met nabijgelegen parkeerhavens aan het Oesterplantsoen, die relevant zijn voor de parkeerdruk. Tevens is niet onderzocht of een voorschrift tot parkeren op eigen terrein mogelijk is.
Daarom is het besluit in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank heeft dit niet onderkend en ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten. Het hoger beroep is gegrond, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de rechtsgevolgen in stand zijn gelaten, en het college dient een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.
Proceskostenvergoeding is niet toegewezen, maar het betaalde griffierecht wordt aan appellanten vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand zijn gelaten.