ECLI:NL:RVS:2003:AI1240
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing subsidieaanvraag voor werkbeurs vormgeving na zorgvuldige advisering
Appellant vroeg een individuele subsidie aan in de vorm van een werkbeurs binnen het beroepsveld vormgeving bij de Stichting Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst. Het bestuur wees de aanvraag af op advies van een deskundige werkgroep, die de artistieke prestaties van appellant onvoldoende van belang achtte voor de hedendaagse vormgeving.
Appellant stelde dat de beslissing onzorgvuldig tot stand was gekomen, met name wat betreft de advisering door de werkgroep, en dat zijn erkenning als kunstenaar onvoldoende werd meegewogen. De Raad van State oordeelde dat het bestuur de aanvraag tweemaal inhoudelijk door deskundigen had laten beoordelen en dat alle relevante informatie was verstrekt. Er was geen sprake van onzorgvuldigheid in de besluitvorming.
Verder werd geoordeeld dat de erkenning van het kunstenaarschap geen doorslaggevende rol speelt bij de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag, conform de Regeling Individuele Subsidies. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidieaanvraag bevestigd.