ECLI:NL:RVS:2003:AI1043
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- E.M. Ouwehand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bouwvergunning wegens niet tijdig starten bouwwerkzaamheden
Het college van burgemeester en wethouders van Menaldumadeel trok bij besluit van 18 april 2002 de bouwvergunning in die op 27 januari 1998 aan appellant was verleend voor de bouw van een woning met garage. Dit gebeurde omdat niet binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de vergunning met de bouwwerkzaamheden was begonnen.
Appellant maakte bezwaar tegen deze intrekking, maar het college verklaarde dit bezwaar ongegrond. De rechtbank Leeuwarden bevestigde dit oordeel bij uitspraak van 28 februari 2003. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was de vergunning in te trekken op grond van artikel 59 Woningwet Pro en de gemeentelijke bouwverordening. De problemen van appellant met het vinden van een aannemer kwamen voor zijn risico. Ook de voorwaardelijke toezegging van een aannemer was onvoldoende om de intrekking te herzien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bouwvergunning bevestigd.