ECLI:NL:RVS:2003:AI1031
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- P.A. Offers
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering inzage Rijksrechercherapport wegens privacybelang ambtenaren
Appellant verzocht om inzage in het rapport van de Rijksrecherche over een onderzoek naar mogelijke valsheid in geschrifte door een voormalige directeur van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Het College van procureurs-generaal weigerde deze inzage, waarna appellant bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant stelde dat het onderzoek onvolledig was en dat inzage noodzakelijk was voor een eerlijk proces in een ontslagprocedure en voor het beoordelen van een mogelijk beklag ex artikel 12 Wetboek Pro van Strafvordering. De Raad van State oordeelde dat de persoonlijke motieven van appellant geen rol spelen bij de beoordeling van het verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Het publieke belang van openbaarheid moet worden afgewogen tegen de privacybelangen van betrokken ambtenaren.
Na inzage in de vertrouwelijke stukken concludeerde de Raad dat het privacybelang van meerdere ambtenaren, waaronder de voormalige directeur, zwaarder weegt dan het belang van openbaarheid. Anonimisering of gedeeltelijke openbaarmaking zou onvoldoende bescherming bieden. Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de weigering van inzage bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van inzage in het Rijksrechercherapport bevestigd.