ECLI:NL:RVS:2003:AI0795
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- P.J.J. van Buuren
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaarschrift huursubsidie wegens termijnoverschrijding
Appellant, de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, herzag bij besluit van 18 april 2000 de aanspraak van [partij] op huursubsidie over het tijdvak 1996-1997 en stelde deze op nihil. Dit besluit werd aan het laatst bekende adres van [partij] verzonden, maar bereikte hem niet. [Partij] diende het bezwaarschrift op 4 mei 2001 in, ruim na de wettelijke termijn die liep van 19 april tot 5 juni 2000.
De Staatssecretaris verklaarde het bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn. De rechtbank te Breda oordeelde echter dat het bezwaar niet-ontvankelijk was verklaard terwijl redelijkerwijs niet kon worden geoordeeld dat [partij] in verzuim was geweest, en verklaarde het beroep gegrond.
De Raad van State oordeelde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard omdat [partij] geen geldige redenen had aangevoerd voor de late indiening, ondanks het verzoek daartoe. Het hoger beroep werd daarom gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.