ECLI:NL:RVS:2003:AI0601
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhaving illegale bedrijfsbebouwing en gebruik op perceel te Aalsmeer
Het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen, rechtsvoorganger van het college van Aalsmeer, wees het verzoek tot handhaving tegen illegale bedrijfsbebouwing en gebruik op een perceel in Aalsmeer af. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de verzoeker gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad overwoog dat de bedrijfsbebouwing was opgericht in afwijking van de verleende bouwvergunning en dat het gebruik voor op- en overslag van agrarische producten in strijd was met het destijds geldende bestemmingsplan “Landelijk Gebied”. Het college was daarom bevoegd tot handhavend optreden. Alleen in bijzondere gevallen kan van handhaving worden afgezien, namelijk als er concreet zicht is op legalisering.
Appellant voerde aan dat legalisering mogelijk was, maar de Raad stelde vast dat ten tijde van de beslissing op bezwaar geen concreet zicht bestond op legalisering. Het nieuwe bestemmingsplan “N201-zone” kende een bestemming toe met een uitwerkingsverplichting, maar er was geen uitwerkingsplan of ontwerp-uitwerkingsplan van kracht. Het betoog over geluidwerende voorzieningen en het gelijkheidsbeginsel faalden eveneens. Er waren ook geen gerechtvaardigde verwachtingen gewekt omtrent medewerking aan legalisering.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.