ECLI:NL:RVS:2003:AI0590
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verlof tot het voorhanden hebben van vuurwapen en munitie
Appellant verzocht om verlof voor het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie, met het argument dat hij zichzelf en zijn bezittingen wilde beschermen. De Korpschef van de Regiopolitie Rotterdam-Rijnmond weigerde dit verlof, waarna de Minister van Justitie het administratief beroep ongegrond verklaarde. De rechtbank Rotterdam bevestigde deze beslissing in maart 2003.
In hoger beroep bij de Raad van State heeft appellant zijn standpunt herhaald, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat zelfverdediging slechts onder zeer uitzonderlijke omstandigheden een redelijk belang vormt voor het verlenen van verlof. Een algemeen gevoel van onveiligheid en de wens tot bescherming tegen criminaliteit voldoen hier niet aan. Daarnaast speelde de psychische gesteldheid van appellant een rol bij de afwijzing.
De Raad van State vond geen onjuiste toepassing van de relevante wetsartikelen en bevestigde het oordeel van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van verlof tot het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie wordt bevestigd.