ECLI:NL:RVS:2003:AI0555
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.E.M. Polak
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat geen onttrekkingsvergunning nodig is voor recreatief gebruik appartement te Vlissingen
Het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen heeft aan AZL Beheer N.V. meegedeeld dat voor het niet-permanente gebruik van appartement 264a geen onttrekkingsvergunning nodig is op grond van de Verordening recreatiewoningen 1994. De Huurdersvereniging Westpoort stelde bezwaar en beroep in tegen dit besluit, stellende dat het appartement feitelijk permanent bewoond werd als logeerruimte en dus niet onder het overgangsrecht valt.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarna het college het bezwaar ongegrond verklaarde en de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde. De Huurdersvereniging ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het criterium voor permanent gebruik is of de gebruiker zijn hoofdverblijf in het appartement heeft, vastgesteld aan de hand van inschrijving in de Gemeentelijke Basis Administratie. Aangezien geen inschrijving of ander bewijs van hoofdverblijf op 9 december 1976 bestond, en het gebruik als logeerruimte dit niet verandert, valt het appartement onder het overgangsrecht. Daarmee is geen onttrekkingsvergunning vereist voor het recreatief gebruik.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het college mag het recreatief gebruik van het appartement toestaan zonder onttrekkingsvergunning.