ECLI:NL:RVS:2003:AI0532
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S. Zwemstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit Staatssecretaris over geslachtsnaamwijziging zoon appellant
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het voornemen van de Staatssecretaris van Justitie om de geslachtsnaam van zijn zoon te wijzigen. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank die het bezwaar ongegrond verklaarde, stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat appellant voornamelijk zijn eerdere argumenten herhaalde, die reeds door de rechtbank zijn beoordeeld. De rechtbank had vastgesteld dat er geen procedurele onzorgvuldigheden waren die de belangen van appellant wezenlijk schaadden, noch dat de voorwaarden voor naamswijziging niet waren nageleefd. Ook was er geen bewijs dat de zoon van appellant tegen de wijziging was of onder onrechtmatige beïnvloeding stond.
De Raad van State vond geen reden om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.