ECLI:NL:RVS:2003:AI0198
Raad van State
- Hoger beroep
- C. de Gooijer
- W. van den Brink
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij aanwijzing voorkeursrecht
De raad van de gemeente Best heeft op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) percelen aangewezen waarop voorkeursrechten rusten. Appellante maakte bezwaar tegen dit aanwijzingsbesluit, dat door de raad ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellante beroep in bij de rechtbank, dat eveneens ongegrond werd verklaard.
Appellante stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de procedure bleek dat de raad op 30 september 2002 een nieuw aanwijzingsbesluit had genomen voor percelen binnen het bestemmingsplan “Dijkstraten-Zuid”, waaronder die van appellante. Hierdoor bleef het voorkeursrecht op deze gronden rusten.
De Afdeling oordeelde dat appellante door dit nieuwe besluit geen schade heeft geleden en daardoor geen rechtens te honoreren belang meer heeft bij de beoordeling van het hoger beroep. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante terugbetaald.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.