ECLI:NL:RVS:2003:AI0185
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- C. Sparreboom
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen terugvordering huursubsidie en beoordeling ontvankelijkheid beroep
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer heeft bij besluiten van 12 april 2000 de huursubsidie over de tijdvakken 1 juli 1996 tot 1 juli 1997 en 1 juli 1997 tot 1 juli 1998 nader vastgesteld op nihil en de reeds verstrekte bedragen teruggevorderd van verzoeker. Na bezwaar verklaarde de Staatssecretaris het bezwaar ongegrond bij besluit van 6 november 2001. Verzoeker stelde beroep in bij de rechtbank Utrecht, die het beroep deels gegrond verklaarde en de besluiten vernietigde.
De Staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank. De kern van het hoger beroep betrof de toepassing van artikel 6:19 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) door de rechtbank, waarbij het besluit van 28 augustus 2002, waarin de eerdere besluiten werden ingetrokken en de subsidie opnieuw werd vastgesteld, betrokken werd bij de beoordeling van het beroep tegen het besluit van 6 november 2001.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht artikel 6:19 Awb Pro toepaste omdat het ging om herhaalde uitoefening van dezelfde bevoegdheid door hetzelfde bestuursorgaan op basis van dezelfde feitelijke grondslag. De Raad stelde vast dat het besluit van 28 augustus 2002 de grond ontneemt aan het besluit van 6 november 2001 en daarmee het procesbelang van verzoeker in het beroep tegen dat besluit wegvalt. De rechtbank had echter ten onrechte een voldoende belang voor een mogelijke schadevergoeding aangenomen zonder dat verzoeker schade had gesteld.
De Raad van State vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank voor zover het het beroep tegen het besluit van 6 november 2001 betrof en verklaarde het beroep van verzoeker tegen dat besluit niet-ontvankelijk. Voor het overige bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 6 november 2001 wordt niet-ontvankelijk verklaard en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd voor zover dit besluit betreft.