ECLI:NL:RVS:2003:AH8662
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E.M. Ouwehand
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep inzake handhavingsbesluit terreinverharding en stalling caravans
Het college van burgemeester en wethouders van Berkel en Rodenrijs heeft op 8 november 2000 een handhavingsbesluit genomen om terreinverharding en gestalde caravans en voertuigen op een perceel te verwijderen. Zowel verzoeker, de eigenaar van het perceel, als appellant werden afzonderlijk aangesproken en kregen bestuursdwang opgelegd.
De bezwaren van verzoeker en appellant tegen deze besluiten werden door het college ongegrond verklaard. Verzoeker stelde beroep in tegen het besluit gericht aan hem, maar stelde geen hoger beroep in tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter die zijn beroep ongegrond verklaarde. Appellant stelde wel beroep en hoger beroep in tegen het besluit gericht aan hem, maar dit werd eveneens ongegrond verklaard en het hoger beroep ongegrond verklaard door de Afdeling bestuursrechtspraak.
In de onderhavige procedure betoogde appellant dat hij als belanghebbende moest worden aangemerkt om in het geding te kunnen optreden tegen het besluit gericht aan verzoeker. De rechtbank oordeelde echter dat appellant geen rechtstreeks belang had bij het besluit aan verzoeker en daarom niet als belanghebbende kon worden aangemerkt. De Afdeling bevestigt dit oordeel en stelt vast dat appellant geen belang meer heeft bij het hoger beroep tegen het besluit aan verzoeker. Daarom verklaart de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wijst het af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.