ECLI:NL:RVS:2003:AH8616
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- C. Taal
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning opslag meststoffen wegens onbevoegd gezag en onvoldoende informatie
Bij besluit van 29 april 2002 verleende het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland aan appellante een vergunning voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor het opslaan van meststoffen in mestzakken. Appellante stelde beroep in tegen dit besluit bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de aanvraag betrekking had op opslag van meststoffen in twee mestzakken, waarbij mogelijk zuiveringsslib als afvalstof werd opgeslagen. Volgens Europese richtlijnen en nationale besluiten kan zuiveringsslib als afvalstof worden aangemerkt, waarvoor gedeputeerde staten het bevoegde gezag zijn in plaats van het college van burgemeester en wethouders.
Verder ontbrak in de aanvraag essentiële informatie over de aard en herkomst van de opgeslagen stoffen, waardoor verweerder niet redelijkerwijs kon beoordelen of hij bevoegd was het besluit te nemen. Hierdoor handelde verweerder in strijd met de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Proceskosten werden niet toegewezen vanwege samenhang met een andere zaak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot vergunningverlening vernietigd wegens onbevoegd gezag en onvoldoende informatie.