ECLI:NL:RVS:2003:AH8615
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijstelling tweede agrarische bedrijfswoning ondanks strijd met bestemmings- en streekplan
Het college van burgemeester en wethouders van Lith verleende op 16 maart 2001 een vrijstelling en bouwvergunning voor een tweede agrarische bedrijfswoning op een perceel waar reeds een bedrijfswoning aanwezig was. Deze vergunning was in strijd met het bestemmingsplan "Buitengebied" en het streekplan Noord-Brabant, maar werd mogelijk gemaakt via een anticipatieprocedure en een verklaring van geen bezwaar van het college van gedeputeerde staten.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat de bouw van de tweede woning zijn belangen onevenredig schaadde, onder meer vanwege de nabijheid van zijn fruitteeltbedrijf en mogelijke belemmeringen voor toekomstige uitbreidingsplannen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad overwoog dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn bedrijfsactiviteiten door de tweede woning zouden worden beperkt. De woning was vergund als agrarische bedrijfswoning en mocht niet als burgerwoning worden gebruikt. Ook werd het beroep op het gelijkheidsbeginsel verworpen wegens gebrek aan vergelijkbaarheid. Gezien de beperkte afwijking van het streekplan en de belangenafweging achtte de Raad het college en het college van gedeputeerde staten redelijk om medewerking te verlenen aan het bouwplan.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vrijstelling voor de tweede agrarische bedrijfswoning bevestigd.