ECLI:NL:RVS:2003:AG1730
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering vrijstelling en bouwvergunning voor hooiberg in agrarisch gebied
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bunnik weigerde op 27 maart 2001 appellant vrijstelling en bouwvergunning te verlenen voor het oprichten van een hooiberg op een perceel met de bestemming agrarisch gebied van natuurwetenschappelijke en landschappelijke waarde. Het bezwaar van appellant tegen deze weigering werd op 28 augustus 2001 ongegrond verklaard. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond op 8 oktober 2002.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college niet bevoegd was vrijstelling te verlenen krachtens artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, omdat de gemeenteraad deze bevoegdheid niet aan het college had gedelegeerd. Hierdoor was het besluit van 28 augustus 2001 vernietigbaar. De Afdeling kwam daarom niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van de belangenafweging.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellant. De zaak werd afgedaan zonder inhoudelijke beoordeling van het bouwplan, vanwege het bevoegdheidsgebrek.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het besluit van het college van B&W van Bunnik tot weigering van vrijstelling en bouwvergunning is vernietigd wegens bevoegdheidsgebrek.