ECLI:NL:RVS:2003:AG1722
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- J.A.M. van Angeren
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bouwvergunning en vrijstelling voor woonhuis in strijd met inrichtingsvisie
Het college van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren weigerde op 13 maart 2001 aan appellant een vrijstelling en bouwvergunning te verlenen voor het oprichten van een woonhuis op een perceel in de gemeente. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 21 november 2001 ongegrond werd verklaard, ondanks een positief advies van de bezwaarschriftencommissie.
Appellant stelde dat het college onredelijk had gehandeld door de vrijstelling te weigeren, omdat de voorwaarden van de inrichtingsvisie niet aan de bouwvergunning mochten worden verbonden op grond van artikel 56, derde lid, van de Woningwet. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat artikel 56, derde lid, van de Woningwet niet van toepassing was op een besluit tot weigering van een bouwvergunning. Het college mocht de inrichtingsvisie betrekken bij de afweging om de vrijstelling te weigeren. Het bouwplan paste niet binnen de inrichtingsvisie, ook los van de voorwaarde over een openbare groenvoorziening. Daarom was het college redelijk in haar besluit.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en weigering bouwvergunning bevestigd.