ECLI:NL:RVS:2003:AF8955
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- P.A. Offers
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering exploitatievergunning terras niet recht tegenover horecabedrijf
Appellante, exploitant van een horecabedrijf, verzocht om een exploitatievergunning voor haar terras, inclusief een deel dat zich niet recht tegenover het bedrijf bevindt. De burgemeester verleende slechts vergunning voor het terrasgedeelte recht voor het bedrijf en weigerde het overige terrasgedeelte. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de weigering van de vergunning terecht is getoetst aan artikel 3.5, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Amsterdam. Het gemeentelijk beleid, neergelegd in het Draaiboek terrassenhandhaving 1996, verbiedt vergunningverlening voor terrassen die niet recht tegenover het horecabedrijf liggen. Dit beleid is gegrond en houdt rekening met verkeersveiligheid en andere publieke functies.
Appellante kon geen bijzondere omstandigheden aanvoeren die een afwijking van het beleid rechtvaardigen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het eerste Protocol bij het EVRM faalde. De Afdeling bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de exploitatievergunning voor het terrasgedeelte dat zich niet recht tegenover het horecabedrijf bevindt.