ECLI:NL:RVS:2003:AF8942
Raad van State
- Hoger beroep
- C. de Gooijer
- M.E.E. Wolff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand wegens overschrijding vermogensgrens
Appellant verzocht om een toevoeging rechtsbijstand op grond van de Wet op de rechtsbijstand, welke door het bureau rechtsbijstandvoorziening en later door de raad voor rechtsbijstand te 's-Gravenhage werd afgewezen wegens overschrijding van de vermogensgrens. De rechtbank bevestigde deze afwijzing in haar uitspraak van 25 oktober 2002.
Appellant stelde in hoger beroep dat bepaalde schulden in mindering gebracht moesten worden op zijn vermogen en dat hij aanspraak kon maken op een voorwaardelijke toevoeging die aan een ander was verleend. De Raad van State oordeelde dat deze schulden niet als zodanig konden worden aangemerkt volgens het Besluit draagkrachtcriteria rechtsbijstand en dat het vermogen de wettelijke grens overschrijdt.
Verder werd benadrukt dat een bestuursorgaan niet gebonden is aan de wijze waarop een ander bestuursorgaan een wettelijke regeling uitvoert. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de toevoeging rechtsbijstand bevestigd.