ECLI:NL:RVS:2003:AF8939
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C. Sparreboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand na beëindiging onderneming
Appellant verzocht om toevoeging van rechtsbijstand in een geschil over een aannemingsovereenkomst voor de nieuwbouw van zijn bedrijf. De raad voor rechtsbijstand wees dit verzoek af op grond van artikel 12, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wet op de rechtsbijstand, omdat de onderneming sinds 31 december 1995 was beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eerst gegrond, maar bij een latere uitspraak werd het beroep ongegrond verklaard. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat voortzetting van het beroep of bedrijf afhankelijk moet zijn van het resultaat van de verzochte rechtsbijstand, wat hier niet het geval was. Het beroep op een buitenwettelijk beleid van de raad, waarbij onder omstandigheden toch toevoeging werd verleend, werd verworpen omdat dit niet strookt met de wettelijke bepalingen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en uitspraak rechtbank bevestigd.